8 | Schip

Haar moeder Leda had het allang gezien. Helena zweefde en was verliefd. In het vrouwenvertrek met de muurschildering spraken ze met elkaar.
“Vertel me eens wat over Paris.”

Helena kon haar glimlach niet onderdrukken en ze vertrouwde haar moeder. “Als hij naar me kijkt, of als ik iets zeg, dan kan hij soms alleen in verbazing zijn hoofd schudden. Dat hij niet gelooft dat ik op dat moment met hém praat, bij hém wil zijn. Als ik naar hem kijk, kan ik alleen maar blij knikken. Hij geeft me het gevoel dat ik de mooiste vrouw op de wereld ben, mam. Hij wil me beschermen, voor me zorgen, maar spreekt me ook tegen wanneer hij wil. Hij kan álles! En zijn welsprekendheid—zijn woorden, zijn zinnen! Hij neemt mijn angsten serieus en wil er alles over horen. Ik kan eerlijk zijn bij hem, doe me niet anders voor, zonder te worden weggelachen. Ik voel me veilig bij hem. Hij is vertrouwenwekkend alsof hij oud is en energiek omdat hij jong is. Hij ziet iedere centimeter van me en wil ze allemaal.”

Moeder Leda genoot bij de aanblik van haar gelukkige dochter. Ze herinnerde zich haar eigen jeugd, toen ze verliefd werd op haar man. Het had haar altijd gespeten dat Helena datzelfde niet had gevoeld voor Menelaos, die haar had getrouwd omdat hij het meeste had geboden en zo het koningschap van Sparta kreeg. Hij was niet eens persoonlijk gekomen voor de bieding, maar had zijn broer gestuurd.
Tegelijk maakte ze zich zorgen. De stille Helena leek weliswaar beheerst, maar kon zich halsoverkop in zaken storten wanneer een dionysisch enthousiasme haar overnam en alle nadelen wegsmolten en oplosten.
“Geniet van dit gevoel, mijn kind. Maar doe geen overhaaste dingen.”
Helena knikte stil.

De volgende dag vond ze een moment om weer met Paris te zijn. Ze bevonden zich in het koninginnenvertrek, waar ze niet gestoord werden. De twee gedroegen zich als verliefde kinderen, volledig in de ban van Aphrodite, met het zelfvertrouwen van volwassenen. Ze kusten elkaar zacht en met vuur, keken gelukkig naar elkaar, raakten elkaars gezicht aan, en Paris schudde zijn hoofd en Helena knikte.
Ze spraken over van alles. Over zijn ouders die meer dan 300 mijl van hen verwijderd waren, over zijn vele broers en zussen die verspreid waren over het land, over de omzwervingen die hij gemaakt had voordat hij was teruggegaan naar Troje. Terwijl ze naar hem luisterde, speelde ze met haar vinger in zijn handpalm, trok ze lijntjes in zijn nek, precies zoals Aphrodite mensen en goden laat doen in deze toestand.

Plotseling keerde Paris zich naar haar toe en keek haar ernstiger aan. “Besluiten we echt om hiermee door te gaan? Vaar je met me mee naar Troje?” Helena glimlachte stil en open naar hem. “Maar Paris, dit stond op de eerste dag toch al vast?” Het was geen vraag. Dit wás zo, en hij wist het.
Geen moment was er aarzeling over het organiseren van een volgende afspraak, over de kleine briefjes die ze beiden lieten overbrengen naar de ander. Gedichtjes kreeg ze van hem. Zo in haar hand gedrukt. Dagelijks bijna. Helena heeft het zich geen moment afgevraagd, of ze met hem mee zou gaan. Het was geen keuze. Er was alleen dit verdere verloop van haar leven. Ze bevond zich al op dit schip en eraf stappen zou haar verdrinking betekenen. Paris overwoog niet om haar achter te laten, hier in dit Sparta, waar een man met haar had mogen trouwen om de zak geld die zijn broer was komen brengen. Hij zou haar nooit meer uit het oog verliezen.

Hij trok Helena tegen zich aan en keek met die ernstige ogen naar haar. “Ik wil jou bij mij.” Zij kon weer alleen maar die glimlach uitbrengen. “En ik wil bij jou.” Hij kuste haar op haar voorhoofd en keek in de verte.

De passievolle Aphrodite had haar taak volbracht. De degelijke Hera walgde van de zoetheid die de godin over de sterfelijken uitstrooide, waarmee ze huwelijken en deugd vernietigde. En de slimme Pallas Athene sleep haar speer. De door haar zo geliefde rede was ver te zoeken. Oorlog.

7 | Helena en Paris

“Haha, twee weken geleden zei je nog dat je mijn onzekerheid niet begreep, en dat je je uitstekend voelde in je situatie. En nu ken je die prins een paar dagen en ben je al helemaal vergeten hoe dat was?”
De blonde Michaël, haar vertrouweling, lachte haar uit. “Je gaat toch niet beweren dat je overweegt met hem méé te gaan?”

De stille Helena zweeg glimlachend, stralend, met ogen die iets anders zagen dan de beker die ze in haar handen had.
Haar huwelijk met de vierkante Menelaos was liefdeloos en kinderloos. De eerste jaren had ze zich aangepast, gezocht naar zijn aandacht en erkenning en zijn zachtheid. Maar toen haar pogingen onbeantwoord bleven, haar man juist verhardde en zij merkte dat ze daar ongelukkiger van werd, besloot ze genoeg te hebben aan zichzelf. Ze richtte haar deel van het Spartaanse paleis in naar haar eigen wens, maakte de ritjes die zij leuk vond en weefde alleen nog maar af en toe om haar moeder een plezier te doen, en niet om een goede vrouw te zijn. Ze deelde haar tevredenheid met de blonde Michaël, toen hij eerlijk vertelde dat hij een deel van zijn zekerheid bouwde op zijn vrouw. “Ik ben gelukkig zo, en de passievolle Afrodite weet dat ik geen man nodig heb.”

De passievolle Afrodite besloot anders. Ze was door de Trojaanse prins Paris verkozen tot mooiste godin, nadat ze hem de mooiste vrouw van de wereld had beloofd. Ze was alleen nog op zoek naar een vrouw die deze belofte moest invullen. Toen ze deze hoogmoedige uitspraak van de stille Helena hoorde, wist ze genoeg. Helena zou weer in dienst staan van haar.
Ze arrangeerde een bezoek van de Trojaanse prinsen aan Sparta. Eros schoot zijn pijlen nog vóór de eerste ontmoeting. Al terwijl Helena en de jagende Paris aan elkaar voorgesteld werden, waren ze onder de indruk van elkaar. Paris was sterk, maar veel opener dan die vierkante Menelaos. En de stille Helena was voor Paris de mooiste vrouw van de wereld.

Tijdens de eerste ontmoeting in de schemerige eetzaal hoorde ze vooral zijn warme stem, met de kleur van de smaak van zware gerookte metaxa, en zag ze zijn bewegingen: trots, met een doel. Ze hoorde hem spreken tegen een vriend; hij was eerlijk, doortastend, zei wat hij dacht.
De volgende avond spraken ze elkaar kort. Zijn geur was fris en diep tegelijk.
Bij daglicht bekeek ze zijn gezicht beter. Zijn baard had wel zeven kleuren, van bruin tot blond en grijs en rood, zijn gezicht was bruin van het jagen in de zon, met kleine pigmentvlekjes. Zijn ogen, zijn ogen!, hadden de kleur van olijven en gingen van bruin via groen naar iets grijs. Hij kon peinzend kijken en hartelijk lachen. En zich verbazen over haar blikken in zijn richting, zag ze.

Bij het derde avondmaal wachtten ze niet op het dessert. Zij zei tegen Menelaos dat ze er genoeg van had, en die keek nauwelijks op of om. Paris stond op en ging. In de paleisgang kwamen ze elkaar tegen, zagen het vuur in elkaars ogen en liepen samen verder naar haar vleugel. In haar veilige kamer dansten ze zacht op de verre tonen van de muziek in de eetzaal, dicht bij elkaar, in elkaars geur, tegen elkaars lichaam. “Wat ben jij mooi,” zei de prins. “Hoe je beweegt, je uitstraling, je reserve, je lichaam, je gezicht. —zucht— Mag ik je heel even zoenen?” “Ja,” zei de koningin stil. En ze zoenden. En hij kuste haar zoals ze had gehoopt, en hij raakte haar aan zoals ze had gehoopt. Snel verliet hij de kamer weer. Even verrukt als verward ging de stille Helena naar haar slaapvertrek. Afrodite glimlachte.

De volgende dag liet Helena hem met zijn gezelschap de omgeving van Sparta zien. De gesprekken gingen over thuis, over verleden en over toekomst. Liefhebberijen, familie, affaires en dromen kwamen voorbij. Ze zag aandacht bij de prins, doortastend en zacht tegelijk. De dagen gingen voort en ze raakte meer en meer in de ban van deze man.

Ze wendde zich tot Michaël. Hoe heerlijk was het gevoel dat deze man haar gaf! Zijn geur, zijn ogen, zijn gezicht, zijn bouw, hoe hij sprak, zijn dromen! Maar wat als hij over een week vertrok, terwijl zij hier achterbleef? De blonde Michaël keek haar hoofdschuddend aan met lachende ogen. “Lieve Helena, laat jij je gevoel nu afhangen van een man? Wat is er gebeurd in deze drie dagen! Zou je zijn kind dragen? —Ja!— Zou je aan boord gaan van zijn schip, niet wetende waar het je heen voert? —Ja!— Zou je met hem naar Mykene of Euboia of Olympia reizen met alle mogelijke gevolgen? —Ja!— Je bent tot alles in staat, als het maar met hém is? —stilte— Je overweegt toch niet met hem méé te gaan?”

De stille Helena glimlachte. Bedwelmd door Afrodite wist ze dat ze met de jagende Paris alle rampen zou doorstaan. De passievolle godin keek tevreden naar haar werk. En de godinnen Hera en Pallas Athene maakten zich op voor een oorlog.