4 | Paraafjes en een handtekening

Mira stapte de metro uit in Rotterdam, enigszins gespannen. Alle reizigers sloegen direct rechtsaf, maar ze dacht in de routebeschrijving van de notaris te hebben gelezen dat ze linksaf moest. Met haar druppende paraplu en nog plakkende broek liep ze over het perron naar de roltrap. Eenmaal uitgecheckt stond ze aarzelend bij de uitgang: en nu? Terwijl ze op haar telefoon een kaart probeerde te laden, stapte een man enthousiast op haar af: “Ook aan de verkeerde kant uitgestapt?”

“Ik denk het,” zei ze. “Ik ben hier nog nooit eerder geweest.” De man vroeg haar wat de reden van haar komst was. “Ik ga de koopovereenkomst tekenen voor mijn nieuwe huis.” “Gefeliciteerd!” riep de man. “Dankje,” antwoordde ze twijfelend, terwijl ze Google Maps probeerde te projecteren op haar omgeving. Ze had de stormparaplu inmiddels uitgeklapt; de man liep onder het afdakje met haar mee. Toen ze rechtsaf sloeg, wenste de man haar veel plezier en zij hem een prettige dag. Het was rond 11 uur in de ochtend.

Het stormde. Ze liep de lange laan af, speurend naar het notariskantoor. Een beetje gespannen was ze; ze wilde niet te laat komen, maar had toch weer de laatste mogelijkheid met het openbaar vervoer gekozen. Toen ze nat en verwaaid, maar op tijd, voor de deur stond, werd ze met een buzzer binnengelaten. Ze kwam binnen in een klein kantoor en groette de secretaresse. “Goedemorgen,” zei de secretaresse. “U mag de natte paraplu onder de trap leggen.” Mira stond onder de trap te hannesen met een natte paraplu en haar winterjas. Het was doodstil in de ruimte, ze voelde zich bekeken, merkte dat ze toch een beetje zenuwachtig was.

Ze wachtte op een van de stoelen die in een rijtje klaarstonden. Links haar jas, rechts haar tas. Een watertap stond binnen handbereik. Zou ze water pakken? Als ze nu moest opstaan zat ze met een jas, een tas en een bekertje. Ach, dat loste ze wel weer op. Ze checkte haar berichtjes, Facebook. Ze had meer dorst. Was het stom om nog een glaasje water te pakken? Ze deed het toch. Na een aantal minuten stond de secretaresse op en zei met haar hoofd door een deur: “Je afspraak is er.” Dat had ze wel iets eerder mogen zeggen, vond Mira.

Na nog een paar minuten in de veel te stille wachtruimte kwam de notaris met een groepje klanten naar buiten. Hij riep Mira binnen, gaf haar een hand. Ze kreeg een kopje koffie. Haar kopje stond op een schoteltje, zijn kopje was zonder schoteltje. Toen ging de notaris recht tegenover haar zitten en begon te praten. Over de historie van hun kantoor, hun samenwerking met de wooncorporatie, de details in het koopcontract. De uitleg ging langzaam en Mira haakte af. Ze had het contract al gelezen. Ze zou heus wel die VvE-bijdrage betalen. Ze begreep wel dat ze op de vergaderingen moest komen als ze iets te zeggen wilde hebben. Ze knikte op het juiste moment, hmhm’de en wist ondertussen niet zeker of ze de man nu beter wel of niet de hele tijd kon aankijken. Hij had geen ring, zou hij single zijn? Hij was dik. En wat een saaie baan moest de man hebben.

Eindelijk kwam het moment dat ze het contract moest tekenen. Op iedere pagina een paraafje en aan het einde een paar handtekeningen. Terwijl ze ongeveer achttien paraafjes zette, bleef de man doorkletsen. Pas toen ze op de pagina aankwam waarop haar handtekening moest komen, hield de man stil. En terwijl ze midden in haar handtekening zat, zei de man, net iets te hard: “En NU heb je een huis gekocht, gefeliciteerd!” Ze keek verbaasd en geschrokken op: was dit het moment? “Ja, de meeste mensen denken altijd dat ze het pas kopen bij het passeren, maar de koop vindt nu plaats.” Wow, heftig! Dus dit is het moment dat de foto’s van twijfelend lachende tekenende mensen worden genomen voor op Facebook. Nou, volgende keer dan maar.

Met kopietjes in de hand liep ze naar buiten, terug de storm in. Ze had er geen last van, was opgetogen. Een beetje ontroerd zelfs. Holy shit, ze had net een huis gekocht! In haar fucking eentje! Waar was dat vuurwerk en die champagne? De omgeving kon niet misplaatster zijn: het saaie kantoor net, de uitstralingsloze notaris, de regen, de grijze laan waar ze liep, het donkere metrostation, de vieze metro met luid kletsende bakvissen voor zich. Ze appte collega’s en vrienden, belde haar moeder. “Mam,” ze slikte de brok in haar keel weg, “ik heb net een huis gekocht!” De vrouw naast haar keek haar even vreemd aan. Mira keek trots terug.

 

3 | Veerkracht

“Als je van hardlopen houdt, vind je dit boek geweldig.” Mira stond in haar werkoutfit bij de frituurpan in een keuken op circuitpark Zandvoort en nam met een glimlach het boek in ontvangst. De man was echt een duurloper, pezig, geen gram vet en tevreden met het leven. Een mooi cadeau, dat Mira echter stak. Ze hield even helemaal niet meer van hardlopen.

Het was begin maart 2013 en de Zandvoort Circuit Run van 12 kilometer zou in een half uur van start gaan. Mira had er maanden voor getraind. Ze genoot van de flow waarin ze terecht kwam na de eerste paar kilometer rennen, van de ervaring hoeveel verder je kunt als je denkt dat je niet meer kan, van de endorfinegolf die haar na afloop van een training overspoelde.
Tot ze na iedere training steeds meer pijn had: ze kreeg haar been niet meer omhoog om haar voet af te drogen. Ze besloot de wedstrijd in Zandvoort niet te lopen en bood haar startnummer online aan. De vriendelijke duurloper reageerde: ‘Wat wil je ervoor hebben?’ Mira dacht na: geld was saai. ‘Verras me,’ schreef ze terug. Ze regelde dat ze die dag op het circuit in de catering werkte en zo ontmoette ze de man in de keuken. Het boek dat hij haar gaf: De geboren renner van Christopher McDougall. Het belandde in de kast, net als haar loopschoenen.

Na een paar maandjes rust verdween de pijn. Meer krachttraining, dat zou helpen en ze begon met bootcamp. Die combinatie van bootcamp en rustig hardlopen gaf haar spierpijn en vleugels: ze werd fanatieker, sterker, toned, sportte drie keer per week. Ze voelde zich goed, de trainingen gingen altijd voor. Ze lachte met haar trainingsmaatjes en voerde competitie tegen een ander of tegen zichzelf. Depressie, burn-out? Ze sleepte zich naar het park.

Tot ze op een ochtend in 2015 weer die pijn door haar lies voelde schieten. Nu ging de pijn niet weg. Eerst stopte ze met hardlopen. Toen stopte ze met bootcamp. En toen stopte ze ook met wandelen. Ze ging naar een fysiotherapeut. En nog een. En toen nog een ander. En naar een sportarts. En een fysioloog. Hun conclusies kwamen niet altijd overeen, dus ze middelde ze en bedacht: ‘Mijn houding moet beter, mijn bekken stabieler. Ik moet terug naar de tijd dat ik geen last had: toen ik nog danste.’

Zo groef Mira na acht sportloze maanden en vier balletloze jaren haar panty en balletschoentjes achter uit de kast op. Zo stond ze na tien jaar weer in de les bij de lieve juf bij wie ze haar hele jeugd had leren dansen. En zo genoot ze van een uur bewegen en dansen—met pijn in haar hele lichaam, behalve in haar lies.
Ze kreeg langzaam weer vertrouwen in haar lichaam nu ze merkte dat ze met de juiste houding pijn kon voorkomen. Ze merkte ook hoe fijn het was te bewegen op (bijna) blote voeten. En toen herinnerde ze zich een artikel over barefoot running, over rennen op (bijna) blote voeten. Het zou veel blessures voorkomen. Ze googlede, las, klikte door, bekeek filmpjes en raakte steeds meer overtuigd: misschien zou ze weer kunnen rennen, als ze dat op balletachtige hardloopschoenen deed!

Op een warme zomerdag in 2016 schafte ze de rubberen schoentjes aan. Ze voelden aan aan haar voeten alsof er geen zool in zat: geen steun, geen vering, alleen een rubberen laagje ter bescherming. Hierop rennen betekende een andere pas aanleren: niet meer landen op de hiel, maar op de voorvoet. Zo werd de schok opgevangen door de natuurlijke veerkracht die al in de voet aanwezig is met alle botjes, pezen en spieren, in plaats van door de kunstmatige vering in de zool. Zoals de mens al twee miljoen jaar doet en precies zoals Mira haar hele leven al bij ballet had gedaan. De natuur heeft alles prima voor elkaar. Mira begon met een voorzichtig trainingsschema om haar benen, kuiten en voeten aan de pas te laten wennen. Zo licht en (pijn)vrij had ze zich nog nooit gevoeld tijdens een hardlooptraining!

Plotseling schoot haar het boek De geboren renner te binnen. Ging dat niet ook over barefoot running? Na meer dan drie jaar stond het nog altijd ongelezen in de kast. In het boek gaat de schrijver op zoek naar een stam die blootsvoets honderden kilometers rennen, voor hun plezier. Het gaat over het ontstaan van hardloopschoenen en de techniek van blootsvoets rennen. En ja, zoals de vriendelijke duurloper had voorspeld: Mira vond het geweldig en begon weer van hardlopen te houden.