8 | Schip

Haar moeder Leda had het allang gezien. Helena zweefde en was verliefd. In het vrouwenvertrek met de muurschildering spraken ze met elkaar.
“Vertel me eens wat over Paris.”

Helena kon haar glimlach niet onderdrukken en ze vertrouwde haar moeder. “Als hij naar me kijkt, of als ik iets zeg, dan kan hij soms alleen in verbazing zijn hoofd schudden. Dat hij niet gelooft dat ik op dat moment met hém praat, bij hém wil zijn. Als ik naar hem kijk, kan ik alleen maar blij knikken. Hij geeft me het gevoel dat ik de mooiste vrouw op de wereld ben, mam. Hij wil me beschermen, voor me zorgen, maar spreekt me ook tegen wanneer hij wil. Hij kan álles! En zijn welsprekendheid—zijn woorden, zijn zinnen! Hij neemt mijn angsten serieus en wil er alles over horen. Ik kan eerlijk zijn bij hem, doe me niet anders voor, zonder te worden weggelachen. Ik voel me veilig bij hem. Hij is vertrouwenwekkend alsof hij oud is en energiek omdat hij jong is. Hij ziet iedere centimeter van me en wil ze allemaal.”

Moeder Leda genoot bij de aanblik van haar gelukkige dochter. Ze herinnerde zich haar eigen jeugd, toen ze verliefd werd op haar man. Het had haar altijd gespeten dat Helena datzelfde niet had gevoeld voor Menelaos, die haar had getrouwd omdat hij het meeste had geboden en zo het koningschap van Sparta kreeg. Hij was niet eens persoonlijk gekomen voor de bieding, maar had zijn broer gestuurd.
Tegelijk maakte ze zich zorgen. De stille Helena leek weliswaar beheerst, maar kon zich halsoverkop in zaken storten wanneer een dionysisch enthousiasme haar overnam en alle nadelen wegsmolten en oplosten.
“Geniet van dit gevoel, mijn kind. Maar doe geen overhaaste dingen.”
Helena knikte stil.

De volgende dag vond ze een moment om weer met Paris te zijn. Ze bevonden zich in het koninginnenvertrek, waar ze niet gestoord werden. De twee gedroegen zich als verliefde kinderen, volledig in de ban van Aphrodite, met het zelfvertrouwen van volwassenen. Ze kusten elkaar zacht en met vuur, keken gelukkig naar elkaar, raakten elkaars gezicht aan, en Paris schudde zijn hoofd en Helena knikte.
Ze spraken over van alles. Over zijn ouders die meer dan 300 mijl van hen verwijderd waren, over zijn vele broers en zussen die verspreid waren over het land, over de omzwervingen die hij gemaakt had voordat hij was teruggegaan naar Troje. Terwijl ze naar hem luisterde, speelde ze met haar vinger in zijn handpalm, trok ze lijntjes in zijn nek, precies zoals Aphrodite mensen en goden laat doen in deze toestand.

Plotseling keerde Paris zich naar haar toe en keek haar ernstiger aan. “Besluiten we echt om hiermee door te gaan? Vaar je met me mee naar Troje?” Helena glimlachte stil en open naar hem. “Maar Paris, dit stond op de eerste dag toch al vast?” Het was geen vraag. Dit wás zo, en hij wist het.
Geen moment was er aarzeling over het organiseren van een volgende afspraak, over de kleine briefjes die ze beiden lieten overbrengen naar de ander. Gedichtjes kreeg ze van hem. Zo in haar hand gedrukt. Dagelijks bijna. Helena heeft het zich geen moment afgevraagd, of ze met hem mee zou gaan. Het was geen keuze. Er was alleen dit verdere verloop van haar leven. Ze bevond zich al op dit schip en eraf stappen zou haar verdrinking betekenen. Paris overwoog niet om haar achter te laten, hier in dit Sparta, waar een man met haar had mogen trouwen om de zak geld die zijn broer was komen brengen. Hij zou haar nooit meer uit het oog verliezen.

Hij trok Helena tegen zich aan en keek met die ernstige ogen naar haar. “Ik wil jou bij mij.” Zij kon weer alleen maar die glimlach uitbrengen. “En ik wil bij jou.” Hij kuste haar op haar voorhoofd en keek in de verte.

De passievolle Aphrodite had haar taak volbracht. De degelijke Hera walgde van de zoetheid die de godin over de sterfelijken uitstrooide, waarmee ze huwelijken en deugd vernietigde. En de slimme Pallas Athene sleep haar speer. De door haar zo geliefde rede was ver te zoeken. Oorlog.

7 | Helena en Paris

“Haha, twee weken geleden zei je nog dat je mijn onzekerheid niet begreep, en dat je je uitstekend voelde in je situatie. En nu ken je die prins een paar dagen en ben je al helemaal vergeten hoe dat was?”
De blonde Michaël, haar vertrouweling, lachte haar uit. “Je gaat toch niet beweren dat je overweegt met hem méé te gaan?”

De stille Helena zweeg glimlachend, stralend, met ogen die iets anders zagen dan de beker die ze in haar handen had.
Haar huwelijk met de vierkante Menelaos was liefdeloos en kinderloos. De eerste jaren had ze zich aangepast, gezocht naar zijn aandacht en erkenning en zijn zachtheid. Maar toen haar pogingen onbeantwoord bleven, haar man juist verhardde en zij merkte dat ze daar ongelukkiger van werd, besloot ze genoeg te hebben aan zichzelf. Ze richtte haar deel van het Spartaanse paleis in naar haar eigen wens, maakte de ritjes die zij leuk vond en weefde alleen nog maar af en toe om haar moeder een plezier te doen, en niet om een goede vrouw te zijn. Ze deelde haar tevredenheid met de blonde Michaël, toen hij eerlijk vertelde dat hij een deel van zijn zekerheid bouwde op zijn vrouw. “Ik ben gelukkig zo, en de passievolle Afrodite weet dat ik geen man nodig heb.”

De passievolle Afrodite besloot anders. Ze was door de Trojaanse prins Paris verkozen tot mooiste godin, nadat ze hem de mooiste vrouw van de wereld had beloofd. Ze was alleen nog op zoek naar een vrouw die deze belofte moest invullen. Toen ze deze hoogmoedige uitspraak van de stille Helena hoorde, wist ze genoeg. Helena zou weer in dienst staan van haar.
Ze arrangeerde een bezoek van de Trojaanse prinsen aan Sparta. Eros schoot zijn pijlen nog vóór de eerste ontmoeting. Al terwijl Helena en de jagende Paris aan elkaar voorgesteld werden, waren ze onder de indruk van elkaar. Paris was sterk, maar veel opener dan die vierkante Menelaos. En de stille Helena was voor Paris de mooiste vrouw van de wereld.

Tijdens de eerste ontmoeting in de schemerige eetzaal hoorde ze vooral zijn warme stem, met de kleur van de smaak van zware gerookte metaxa, en zag ze zijn bewegingen: trots, met een doel. Ze hoorde hem spreken tegen een vriend; hij was eerlijk, doortastend, zei wat hij dacht.
De volgende avond spraken ze elkaar kort. Zijn geur was fris en diep tegelijk.
Bij daglicht bekeek ze zijn gezicht beter. Zijn baard had wel zeven kleuren, van bruin tot blond en grijs en rood, zijn gezicht was bruin van het jagen in de zon, met kleine pigmentvlekjes. Zijn ogen, zijn ogen!, hadden de kleur van olijven en gingen van bruin via groen naar iets grijs. Hij kon peinzend kijken en hartelijk lachen. En zich verbazen over haar blikken in zijn richting, zag ze.

Bij het derde avondmaal wachtten ze niet op het dessert. Zij zei tegen Menelaos dat ze er genoeg van had, en die keek nauwelijks op of om. Paris stond op en ging. In de paleisgang kwamen ze elkaar tegen, zagen het vuur in elkaars ogen en liepen samen verder naar haar vleugel. In haar veilige kamer dansten ze zacht op de verre tonen van de muziek in de eetzaal, dicht bij elkaar, in elkaars geur, tegen elkaars lichaam. “Wat ben jij mooi,” zei de prins. “Hoe je beweegt, je uitstraling, je reserve, je lichaam, je gezicht. —zucht— Mag ik je heel even zoenen?” “Ja,” zei de koningin stil. En ze zoenden. En hij kuste haar zoals ze had gehoopt, en hij raakte haar aan zoals ze had gehoopt. Snel verliet hij de kamer weer. Even verrukt als verward ging de stille Helena naar haar slaapvertrek. Afrodite glimlachte.

De volgende dag liet Helena hem met zijn gezelschap de omgeving van Sparta zien. De gesprekken gingen over thuis, over verleden en over toekomst. Liefhebberijen, familie, affaires en dromen kwamen voorbij. Ze zag aandacht bij de prins, doortastend en zacht tegelijk. De dagen gingen voort en ze raakte meer en meer in de ban van deze man.

Ze wendde zich tot Michaël. Hoe heerlijk was het gevoel dat deze man haar gaf! Zijn geur, zijn ogen, zijn gezicht, zijn bouw, hoe hij sprak, zijn dromen! Maar wat als hij over een week vertrok, terwijl zij hier achterbleef? De blonde Michaël keek haar hoofdschuddend aan met lachende ogen. “Lieve Helena, laat jij je gevoel nu afhangen van een man? Wat is er gebeurd in deze drie dagen! Zou je zijn kind dragen? —Ja!— Zou je aan boord gaan van zijn schip, niet wetende waar het je heen voert? —Ja!— Zou je met hem naar Mykene of Euboia of Olympia reizen met alle mogelijke gevolgen? —Ja!— Je bent tot alles in staat, als het maar met hém is? —stilte— Je overweegt toch niet met hem méé te gaan?”

De stille Helena glimlachte. Bedwelmd door Afrodite wist ze dat ze met de jagende Paris alle rampen zou doorstaan. De passievolle godin keek tevreden naar haar werk. En de godinnen Hera en Pallas Athene maakten zich op voor een oorlog.

6 | Op

Mira zat op haar bank en keek rond in haar nieuwe huis. Er was zo veel te doen. Op haar slaapkamer stonden een paar delen van haar nieuwe bed te wachten op afronding. Plankjes van een Billy lagen nog in de televisiekast. Grote, zwarte, spiegelende rechthoeken in de muur: ze had nog geen gordijnen in de woonkamer. Klusinstructies, bouwdepothandleiding, keukennota lagen verspreid op de bank. Ze moest zich nog inschrijven bij de gemeente, herinnerde ze zich ineens. Maar daarvoor moest ze een deel van haar koopcontract inscannen. En opstaan.

Ze begon een beetje op te raken. Ze had de afgelopen maanden hiernaartoe geleefd: in mei had ze al afscheid genomen van het appartement waar ze nog tot eind september had gewoond. In juni had ze zich op woningen georiënteerd terwijl ze het schooljaar en haar opleiding afrondde. In juli en augustus kocht ze een huis en wachtte ze vol spanning op de klap van de bank, met stress over zaken waar ze niks aan kon doen. Begin september had ze dan eindelijk de sleutel van haar eigen huisje gekregen en dacht ze: nú zal het wel beter worden.

Maar toen begon het pas. Ieder vrij moment was Mira in haar nieuwe huisje te vinden. Vroeg op, naar het werk, naar het appartement om te schilderen, naar huis om toch nog maar iets te eten en weer een doosje in te pakken. Of een energiemaatschappij te zoeken. Of de wateraansluiting te verlengen. Of adreswijzigingen te sturen. Hopend dat ze niks belangrijks over het hoofd zag of gewoon vergat. Ze moest nadenken en beslissingen nemen over álles en het viel haar zwaarder dan ze had verwacht.

Haar lontje werd korter en haar hoofd voller, merkte ze. Ze viel uit over goedbedoelde adviezen van haar moeder. Ze liet steken vallen op haar werk, vergat wat ze leerlingen of collega’s had toegezegd. Ze bleef zich verontschuldigen en verweet het zichzelf. Het werd lastiger om niet ’s avonds naar de chocolade of chips te grijpen: altijd een teken dat ze niet lekker in haar vel zat. Ze rookte weer.

Een last viel van haar schouders toen ze op zondagmiddag verhuisd was. Op maandagochtend werd ze wakker in haar gordijnloze huis, waar inmiddels wel warm water geïnstalleerd was, en haar huis voelde als thuis. Ze nam de kleding uit het koffertje dat ze voor de verhuizing gepakt had, maakte ontbijt en ging naar haar werk. Binnen twintig minuten, in de zon op de motor, kwam ze aan. Dit was fijn!

Ze had zich voorgenomen om iedere dag iets te doen in huis. Een doos, een klusje, iets schoonmaken. Haar huisje knapte elke dag een beetje op en het werd steeds minder een huis met spullen en steeds meer een huis waar geleefd kon worden. De to-do-list bleef groeien in de eerste dagen. Toch kon ze na een week alweer dingen wegstrepen en genoot ze van haar eerste Delftse bakkie koffie en de zaterdagse markt. Het was fijn om de vorderingen te zien, maar tegelijk bleven zo veel dingen haar storen.

Ze kwam niet tot rust. Ze miste ’s avonds de energie en de wil om effectief te ontspannen, en staarde naar een film die ze niet hoefde te zien, terwijl ze zich oplaadde om nog even af te wassen, of op te staan om naar bed te gaan. Overdag gaf ze alles om collega’s en leerlingen niet teleur te stellen. ’s Avonds schraapte ze het laatste beetje om ook zichzelf dat niet aan te doen: gezond eten, toch wat sporten, een klusje. Ze begon een beetje op te raken. Vicieuze gedachtecirkels namen haar over. Bijna vakantie.

5 | Akkoord?

Alles was zo voorspoedig gegaan. Mira had het huis gezien, drie dagen stond het onder voorbehoud verkocht. Binnen een paar dagen was het huis getaxeerd. Ze had snel bij de hypotheekadviseur gezeten. Een week later de conceptofferte getekend. Kort daarna had ze het koopcontract ondertekend. De meeste documenten voor de hypotheekverstrekker lagen al bij de bemiddelaar. Ruim voor de deadline van de financiering leek alles in kannen en kruiken.

Het schooljaar startte: tijd om naar haar directeur te stappen om te vragen om een arbeidscontract. Op advies van haar vrienden stapte ze met motorkleding aan de kamer van de lange directeur binnen. Hij en zijn bruggen bouwende leidinggevende keken verwonderd op, feliciteerden haar met het koopcontract en haar motorrijbewijs. “Je had mij gemaild, zag ik,” zei de lange directeur. “Ja,” zei Mira, “Over het arbeidscontract. Ik begreep dat dat anders nog tot november zou duren.” De lange directeur zei dat hij er deze week wel even voor zou bellen. De bruggen bouwende opperdirecteur fronste: “Bel het stafbureau nu. Dit meisje heeft het nodig, en wij willen een goede werkgever zijn.” Hij keek naar Mira. “Als het je te lang duurt, moet je het laten escaleren.” Mira glimlachte twijfelend. Laten escaleren? Zij? Ze snapte de bedrijfsstructuur nog niet eens, laat staan dat ze wist waarheen dingen moesten escaleren.

Tot haar opluchting had ze binnen enkele dagen het contract in de bus. Alle benodigde documenten lagen op tijd bij de hypotheekadviseur. Laat die hypotheek maar komen, dacht Mira.

De hypotheekadviseur belde. Er was iets mis met het taxatierapport. Mira voelde een steek in haar maag. Was ze te snel geweest, had ze een verkeerde taxateur gekozen? Moest ze nog een keer het geld uitgeven? Er leek weinig tijd om een andere taxateur naar het huis te sturen. Gelukkig had de adviseur inmiddels zelf contact opgenomen met de taxateur. Geregeld. Een paar dagen voor de deadline van de financiering.

De hypotheekadviseur belde. Er was iets mis met de loonstrook. Het was een pro forma loonstrook, over het loon van augustus, die ze in juni alvast had gekregen. Had ze ook een loonstrook met het loon van augustus met haar rekeningnummer erop? Toevallig wel: het was payday die dag. Dezelfde dag was het geregeld. Op de dag van de deadline van de financiering. Kom maar door met die klap van de bank, dacht Mira, langzamerhand onrustig.

De hypotheekadviseur belde. Het bedrag op de loonstrook in augustus kwam niet overeen met het bedrag op de werkgeversverklaring, die ze al in juni had gekregen. Klopt, dacht Mira. Per 1 juli is er een nieuwe CAO ingegaan, dat staat nog niet op die werkgeversverklaring. Ja, ze kon wel een loonstrook van juni sturen, maar toen had ze nog een ander contract. Die middag stuurde ze de oude loonstrook. Op hoop van zegen dat er niet een nieuwe werkgeversverklaring nodig was, die ze dan weer ergens uit die onduidelijke bedrijfsstructuur zou moeten trekken.

De hypotheekadviseur belde. Het bedrag op de loonstrook en de werkgeversverklaring moesten tot op de cent nauwkeurig overeenkomen. Er was dus een nieuwe werkgeversverklaring nodig. Mira zuchtte terneergeslagen. De mevrouw aan de andere kant van de lijn, die ondanks alle belletjes nog steeds “u” bleef zeggen, zou zelf maar contact opnemen met Mira’s werkgever. Mira was licht opgelucht dat ze niet dat labyrinth in hoefde. Nu hopen dat de bedrijfsstructuur een beetje meewerkte en binnen een dag over de brug kwam met de verklaring. Direct na het telefoontje kreeg ze een automatische SMS: “Nog drie dagen totdat de ontbindende voorwaarden verlopen. Onderneem actie.” Mira’s gezicht verstrakte. Nu was het niet leuk meer.

Mira’s optimisme was verdwenen. Waar ze anderhalve week geleden nog dacht dat alles zo goed als rond was, kon de koop nu ineens zomaar ontbonden worden! Ze was afhankelijk van mensen bij instanties, die blijkbaar één document per dag checkten voor ze het volgende document nakeken (de bank), die alleen maar ontvingen en doorstuurden (de adviseur), die een beruchte semi-overheidsinstantie waren (de werkgever). Ondanks de meelevende vragen van collega’s, vrienden en familie (“Heb je de sleutel al? Ben je al verhuisd? O, ja, vervelend hè, bureaucratie, maar joh, komt vast goed!”) merkte Mira nu dat ze echt in haar eentje in deze molen zat. De machteloosheid vrat. Ze voelde stress om iets waar ze zelf niks aan kon veranderen. En dat alléén dragen viel haar tegen.

De hypotheekadviseur mailde. “Stukken akkoord!” Mira juichte achter haar bureau, highfivede collega’s. In de bijlage zat de definitieve hypotheekofferte, die ze printte, las, ondertekende, scande en terugstuurde. Ze voelde zich vijf kilo lichter en haar gezicht verzachtte weer. Haar ogen straalden. De financiering was rond, klaar, af! Het ging door! Dat huis werd van haar!

De notaris belde. Of ze volgende week naar het kantoor wilde komen voor de sleuteloverdracht. Mira antwoordde lachend dat ze daar wel een gaatje voor had in haar agenda.

4 | Paraafjes en een handtekening

Mira stapte de metro uit in Rotterdam, enigszins gespannen. Alle reizigers sloegen direct rechtsaf, maar ze dacht in de routebeschrijving van de notaris te hebben gelezen dat ze linksaf moest. Met haar druppende paraplu en nog plakkende broek liep ze over het perron naar de roltrap. Eenmaal uitgecheckt stond ze aarzelend bij de uitgang: en nu? Terwijl ze op haar telefoon een kaart probeerde te laden, stapte een man enthousiast op haar af: “Ook aan de verkeerde kant uitgestapt?”

“Ik denk het,” zei ze. “Ik ben hier nog nooit eerder geweest.” De man vroeg haar wat de reden van haar komst was. “Ik ga de koopovereenkomst tekenen voor mijn nieuwe huis.” “Gefeliciteerd!” riep de man. “Dankje,” antwoordde ze twijfelend, terwijl ze Google Maps probeerde te projecteren op haar omgeving. Ze had de stormparaplu inmiddels uitgeklapt; de man liep onder het afdakje met haar mee. Toen ze rechtsaf sloeg, wenste de man haar veel plezier en zij hem een prettige dag. Het was rond 11 uur in de ochtend.

Het stormde. Ze liep de lange laan af, speurend naar het notariskantoor. Een beetje gespannen was ze; ze wilde niet te laat komen, maar had toch weer de laatste mogelijkheid met het openbaar vervoer gekozen. Toen ze nat en verwaaid, maar op tijd, voor de deur stond, werd ze met een buzzer binnengelaten. Ze kwam binnen in een klein kantoor en groette de secretaresse. “Goedemorgen,” zei de secretaresse. “U mag de natte paraplu onder de trap leggen.” Mira stond onder de trap te hannesen met een natte paraplu en haar winterjas. Het was doodstil in de ruimte, ze voelde zich bekeken, merkte dat ze toch een beetje zenuwachtig was.

Ze wachtte op een van de stoelen die in een rijtje klaarstonden. Links haar jas, rechts haar tas. Een watertap stond binnen handbereik. Zou ze water pakken? Als ze nu moest opstaan zat ze met een jas, een tas en een bekertje. Ach, dat loste ze wel weer op. Ze checkte haar berichtjes, Facebook. Ze had meer dorst. Was het stom om nog een glaasje water te pakken? Ze deed het toch. Na een aantal minuten stond de secretaresse op en zei met haar hoofd door een deur: “Je afspraak is er.” Dat had ze wel iets eerder mogen zeggen, vond Mira.

Na nog een paar minuten in de veel te stille wachtruimte kwam de notaris met een groepje klanten naar buiten. Hij riep Mira binnen, gaf haar een hand. Ze kreeg een kopje koffie. Haar kopje stond op een schoteltje, zijn kopje was zonder schoteltje. Toen ging de notaris recht tegenover haar zitten en begon te praten. Over de historie van hun kantoor, hun samenwerking met de wooncorporatie, de details in het koopcontract. De uitleg ging langzaam en Mira haakte af. Ze had het contract al gelezen. Ze zou heus wel die VvE-bijdrage betalen. Ze begreep wel dat ze op de vergaderingen moest komen als ze iets te zeggen wilde hebben. Ze knikte op het juiste moment, hmhm’de en wist ondertussen niet zeker of ze de man nu beter wel of niet de hele tijd kon aankijken. Hij had geen ring, zou hij single zijn? Hij was dik. En wat een saaie baan moest de man hebben.

Eindelijk kwam het moment dat ze het contract moest tekenen. Op iedere pagina een paraafje en aan het einde een paar handtekeningen. Terwijl ze ongeveer achttien paraafjes zette, bleef de man doorkletsen. Pas toen ze op de pagina aankwam waarop haar handtekening moest komen, hield de man stil. En terwijl ze midden in haar handtekening zat, zei de man, net iets te hard: “En NU heb je een huis gekocht, gefeliciteerd!” Ze keek verbaasd en geschrokken op: was dit het moment? “Ja, de meeste mensen denken altijd dat ze het pas kopen bij het passeren, maar de koop vindt nu plaats.” Wow, heftig! Dus dit is het moment dat de foto’s van twijfelend lachende tekenende mensen worden genomen voor op Facebook. Nou, volgende keer dan maar.

Met kopietjes in de hand liep ze naar buiten, terug de storm in. Ze had er geen last van, was opgetogen. Een beetje ontroerd zelfs. Holy shit, ze had net een huis gekocht! In haar fucking eentje! Waar was dat vuurwerk en die champagne? De omgeving kon niet misplaatster zijn: het saaie kantoor net, de uitstralingsloze notaris, de regen, de grijze laan waar ze liep, het donkere metrostation, de vieze metro met luid kletsende bakvissen voor zich. Ze appte collega’s en vrienden, belde haar moeder. “Mam,” ze slikte de brok in haar keel weg, “ik heb net een huis gekocht!” De vrouw naast haar keek haar even vreemd aan. Mira keek trots terug.

 

3 | Veerkracht

“Als je van hardlopen houdt, vind je dit boek geweldig.” Mira stond in haar werkoutfit bij de frituurpan in een keuken op circuitpark Zandvoort en nam met een glimlach het boek in ontvangst. De man was echt een duurloper, pezig, geen gram vet en tevreden met het leven. Een mooi cadeau, dat Mira echter stak. Ze hield even helemaal niet meer van hardlopen.

Het was begin maart 2013 en de Zandvoort Circuit Run van 12 kilometer zou in een half uur van start gaan. Mira had er maanden voor getraind. Ze genoot van de flow waarin ze terecht kwam na de eerste paar kilometer rennen, van de ervaring hoeveel verder je kunt als je denkt dat je niet meer kan, van de endorfinegolf die haar na afloop van een training overspoelde.
Tot ze na iedere training steeds meer pijn had: ze kreeg haar been niet meer omhoog om haar voet af te drogen. Ze besloot de wedstrijd in Zandvoort niet te lopen en bood haar startnummer online aan. De vriendelijke duurloper reageerde: ‘Wat wil je ervoor hebben?’ Mira dacht na: geld was saai. ‘Verras me,’ schreef ze terug. Ze regelde dat ze die dag op het circuit in de catering werkte en zo ontmoette ze de man in de keuken. Het boek dat hij haar gaf: De geboren renner van Christopher McDougall. Het belandde in de kast, net als haar loopschoenen.

Na een paar maandjes rust verdween de pijn. Meer krachttraining, dat zou helpen en ze begon met bootcamp. Die combinatie van bootcamp en rustig hardlopen gaf haar spierpijn en vleugels: ze werd fanatieker, sterker, toned, sportte drie keer per week. Ze voelde zich goed, de trainingen gingen altijd voor. Ze lachte met haar trainingsmaatjes en voerde competitie tegen een ander of tegen zichzelf. Depressie, burn-out? Ze sleepte zich naar het park.

Tot ze op een ochtend in 2015 weer die pijn door haar lies voelde schieten. Nu ging de pijn niet weg. Eerst stopte ze met hardlopen. Toen stopte ze met bootcamp. En toen stopte ze ook met wandelen. Ze ging naar een fysiotherapeut. En nog een. En toen nog een ander. En naar een sportarts. En een fysioloog. Hun conclusies kwamen niet altijd overeen, dus ze middelde ze en bedacht: ‘Mijn houding moet beter, mijn bekken stabieler. Ik moet terug naar de tijd dat ik geen last had: toen ik nog danste.’

Zo groef Mira na acht sportloze maanden en vier balletloze jaren haar panty en balletschoentjes achter uit de kast op. Zo stond ze na tien jaar weer in de les bij de lieve juf bij wie ze haar hele jeugd had leren dansen. En zo genoot ze van een uur bewegen en dansen—met pijn in haar hele lichaam, behalve in haar lies.
Ze kreeg langzaam weer vertrouwen in haar lichaam nu ze merkte dat ze met de juiste houding pijn kon voorkomen. Ze merkte ook hoe fijn het was te bewegen op (bijna) blote voeten. En toen herinnerde ze zich een artikel over barefoot running, over rennen op (bijna) blote voeten. Het zou veel blessures voorkomen. Ze googlede, las, klikte door, bekeek filmpjes en raakte steeds meer overtuigd: misschien zou ze weer kunnen rennen, als ze dat op balletachtige hardloopschoenen deed!

Op een warme zomerdag in 2016 schafte ze de rubberen schoentjes aan. Ze voelden aan aan haar voeten alsof er geen zool in zat: geen steun, geen vering, alleen een rubberen laagje ter bescherming. Hierop rennen betekende een andere pas aanleren: niet meer landen op de hiel, maar op de voorvoet. Zo werd de schok opgevangen door de natuurlijke veerkracht die al in de voet aanwezig is met alle botjes, pezen en spieren, in plaats van door de kunstmatige vering in de zool. Zoals de mens al twee miljoen jaar doet en precies zoals Mira haar hele leven al bij ballet had gedaan. De natuur heeft alles prima voor elkaar. Mira begon met een voorzichtig trainingsschema om haar benen, kuiten en voeten aan de pas te laten wennen. Zo licht en (pijn)vrij had ze zich nog nooit gevoeld tijdens een hardlooptraining!

Plotseling schoot haar het boek De geboren renner te binnen. Ging dat niet ook over barefoot running? Na meer dan drie jaar stond het nog altijd ongelezen in de kast. In het boek gaat de schrijver op zoek naar een stam die blootsvoets honderden kilometers rennen, voor hun plezier. Het gaat over het ontstaan van hardloopschoenen en de techniek van blootsvoets rennen. En ja, zoals de vriendelijke duurloper had voorspeld: Mira vond het geweldig en begon weer van hardlopen te houden.

2 | Verkocht onder voorbehoud

Met een stralende glimlach liep Mira over de taxistrook. Het voetpad was enkele meters verderop, maar haar kon vandaag niks meer gebeuren. Alle bouwvakkers die ze passeerde floten en riepen naar haar. Het deerde haar niet, ze zwaaide vrolijk terug en riep lachend: “Goedemorgen!” Onoverwinnelijk voelde ze zich, het leven stond volledig aan haar kant. Ze had zojuist gezegd: “Ik doe het!”. Ze ging dit appartement kopen!

Het huis stond aan de rand van het centrum van Delft, op vier minuten lopen van het station. Haar vrienden zouden er waarschijnlijk vijf minuten over doen. Wat een toplocatie! En ze was zo blij met de ruimte in het appartement: een ruime, lichte woonkamer, een keuken die ze helemaal naar haar hand kon zetten, een grote slaapkamer. Op de eerste verdieping, met balkon op het zuiden. En een inloopkast!

In haar eigen woonplaats Leiden had ze inmiddels alle appartementen binnen haar budget bezocht. Daar leek ze tevreden te moeten zijn met een studio met enigszins afgescheiden slaapruimte (of beter: bedstee). Bij iedere bezichtiging keek ze opnieuw vertwijfeld rond: ‘Waar laat ik hier mijn eettafel, mijn bank, mijn boeken?’ Een paar bezoekjes aan de website van Funda vertelden haar dat de kansen op een tweekamerappartement voor een fijne prijs behoorlijk groter waren in Delft. Bovendien was dat dichter bij haar werk en had ze daar een handvol warme vrienden. Een dag na aankomst uit Nepal had ze daarom alle aanbieders binnen het budget gebeld en binnen drie dagen zes bezichtigingen gepland. Ze zou nog twee appartementjes in Leiden bekijken en vijf in Delft.

Direct bij binnenkomst in het gelukkige appartement, het eerste in de Delftse serie, was ze onder de indruk van de ruimte. Ze had haar vader meegenomen voor de technische details, zodat ze zelf kon zien of ze zich thuis kon voelen. En ja, hier zag ze zich wel thuiskomen na een dag hard werken, of de luie zondag doorbrengen. Helaas was de keuken wat mager uitgerust en viel de opbergruimte tegen. Bovendien: verwarming moest ze er zelf nog in bouwen. Maar dat licht! En een balkon op het zuiden! En zo dicht bij de stad! Ze belde diezelfde middag vanaf een Delfts terrasje de blonde bolle makelaar terug: ik neem een optie.

Twee dagen later stonden nog vier appartementen op het programma. Ze maakten haar niet gelukkig. Sommige waren te klein, de ander te onhandig, een ander weer te ver. Een mooi afgewerkt appartement, maar met een balkon op het oosten en een minuscule keuken? Niet voor deze keukenprinses! Die middag werd duidelijk: het allereerste lichte, ruime appartement bij het station zou ze kopen. Na een laatste korte bezichtiging de volgende ochtend, vooral om te kijken naar technische mogelijkheden en te horen hoe nu verder, gaf ze de blonde bolle makelaar een hand. Hij ging diezelfde middag op vakantie, de laatste met zijn tweetjes voordat hun kindje werd geboren. “Bedankt! Geniet van je vakantie!”

Die middag vierde ze haar succes met een behandeling bij de kapper, een bezoekje aan de bouwmarkt (want o, hoeveel zin had ze in al het klussen) en telefoontjes met hypotheekadviseurs, taxateurs en het stafbureau van de school. De stralende glimlach verdween langzaam toen bleek dat er ook een nadeel zat aan de lange vakantie van onderwijspersoneel (“Nee mevrouw, een uitdraai van het contract kan ik u voorlopig nog niet geven”), maar het gevoel van onoverwinnelijkheid bleef.

Haar ogen twinkelden toen ze de, eerder gehate, rode letters op Funda zag verschijnen: Verkocht onder voorbehoud.

1 | 50 verhalen in 50 blogs

Het was een warme, natte vooral ook, zondag in juli in Pokhara, Nepal. Zeventien jonge vrouwen zaten op ligbedjes rond een zwembad onder hun parasol met een tijdschrift of boek in de hand. Op sommige bedjes hield een paraplu de voeten en een rugtas droog—het regende pijpenstelen. De vrouwen waren stil; ze hadden de zeven dagen hiervoor door Nepal gereisd, door de jungle gestruind, geraft, gedronken… Ieder genoot nu van het nietsdoen. Je hoorde alleen de regen in en rond het zwembad.

Vanaf de overdekte bar keek Mira met onbegrip naar haar vriendinnen. Zelf was ze na enkele minuten regen opgestaan van het ligbedje. Die onrust van vallende druppels, de vraag of alles wel droog bleef en of haar paraplu niet wegwaaide—ze kon niet ontspannen lezen op deze manier. Dus had ze haar boeltje gepakt en was ze op blote voeten naar de overdekte bar getrippeld. Nu zat ze met een lekker tijdschrift en een interessant sapje in stilte aan de bar. En daar leek ze voor het eerst in tijden weer helder te kunnen denken. Daar nam ze een besluit.

Het was een bijzonder jaar voor Mira geweest, zacht gezegd. Ze had dit jaar voor het eerst voor de klas gestaan, een paar dagen per week. Tegelijkertijd had ze op de lerarenopleiding haar lesbevoegdheid gehaald. En tussendoor had ze (bijna) haar motorrijbewijs gehaald. Ze was begonnen als secretaris van een grote vereniging. En ten slotte had ze, na maandenlang twijfelen, haar relatie met haar vriend afgebroken. De laatste maand, juni, had ze de opleiding afgerond, het schooljaar afgesloten, de breuk ‘een plekje gegeven’, gezocht naar een huis, met hypotheekadviseurs gesproken, het theorie-examen A gehaald, en geprobeerd uit te vinden hoe het ook al weer was om alleen te wonen.

Nu was het juli en zat ze in haar eentje aan die droge bar in Nepal en keek ze vooruit: in de komende maanden zou ze als vrije alleenstaande vrouw een huis kopen, een motor bezitten, een bijna-volledige baan hebben en het leven weer als single tegemoet gaan treden. Het was een tijd vol nieuwe dingen en een goede tijd om haar oude liefde erbij te halen: schrijven.

Als kind schreef Mira graag. Opstellen, verhalen, schriften vol. Op de middelbare school ebde dat weg—vanwege andere belangstelling, of het groeiende perfectionisme. Ze durfde niet meer te beginnen aan iets, wetende dat ze het toch niet zou afmaken, of dat het niet goed genoeg zou worden.

Maar aan die droge bar bij het zwembad in Pokhara zag ze ineens de oplossing voor de angst bij haar schrijfwens: een wekelijkse blog met een kort verhaal. Fictie, non-fictie, semi-fictie, wat maakte het uit. Wie het al zou lezen, zou in de loop van het jaar haar groei wel zien. Losse verhalen of een lopende serie: in het leven lijkt soms ook alles van toeval aan elkaar te hangen. Die gebedsvlaggetjes hier hadden ook allerlei kleuren, maar vormen wel een lijn. 50 verhalen in 50 blogs. Dat besloot ze en ze had er zin in.